Waarom foto's wazig?

Wat is bewegingsonscherpte? De oorzaak van veel wazige foto’s

Je kent het misschien wel: je maakt een prachtige foto, maar zodra je ‘m terugziet op groot scherm, is-ie wazig. Niet door een verkeerde focus, maar door bewegingsonscherpte. Vooral bij momenten met weinig licht kan dit flink roet in het eten gooien. Gelukkig is bewegingsonscherpte, ook zonder statief, goed te vermijden.

Gratis eBook
9 Fotografie Basistips

Wat is bewegingsonscherpte? De oorzaak van veel wazige foto’s

Je kent het misschien wel: je maakt een prachtige foto, maar zodra je ‘m terugziet op groot scherm, is-ie wazig. Niet door een verkeerde focus, maar door bewegingsonscherpte. Vooral bij momenten met weinig licht kan dit flink roet in het eten gooien. Gelukkig is bewegingsonscherpte, ook zonder statief, goed te vermijden.

TL;DR

Onscherpe foto’s kunnen ontstaan door beweging. Dit noemen we bewegingsonscherpte, wat meestal het gevolg is van een te lange sluitertijd. Een snellere sluitertijd krijg je door je ISO te verhogen, je diafragma te openen en je camera goed te stabiliseren. Ook dan kun je zonder statief scherpe foto’s maken in lastigere lichtsituaties.

Wat is bewegingsonscherpte eigenlijk?

Bewegingsonscherpte ontstaat als er tijdens het maken van de foto beweging is. Dat kan jouw eigen beweging zijn (een lichte trilling van je hand bijvoorbeeld), of die van het onderwerp. Bij een te lange sluitertijd wordt die beweging zichtbaar als een waas of vervaging in je foto.

De sluitertijd speelt bij bewegingsonscherpte dus een sleutelrol. De sluitertijd bepaalt namelijk hoe lang de sluiter van je camera open blijft om licht op de sensor te laten vallen. Hoe langer deze tijd is, hoe groter de kans op beweging.

Er is een handige vuistregel om te weten welke sluitertijd te lang is. Deze regel stelt: houd je sluitertijd korter dan 1 / (brandpuntsafstand). Dus bij een 50mm lens gebruik je idealiter minimaal 1/60e seconde. Bij een 200mm lens: minimaal 1/200e.

Deze regel houdt er rekening mee dat hoe verder je ‘inzoomt’ (met een langere brandpuntsafstand), hoe gevoeliger je foto wordt voor trillingen en beweging.

Maar in de praktijk, zeker bij weinig licht, lukt het vaak niet om de benodigde sluitertijd aan te houden. En dan?

Zo voorkom je bewegingsonscherpte zonder statief

Ook als je geen statief gebruikt, zijn er gelukkig andere manieren om je foto’s toch scherp te houden.

  • Verhoog je ISO – Ja, je krijgt iets meer ruis in het eindresultaat, maar liever een scherpe foto met wat ruis dan een wazige foto zonder details.
  • Open je diafragma – Een groter diafragma (lager f-getal) laat meer licht binnen, waardoor je een snellere sluitertijd kunt gebruiken. Zit je aan de maximale opening van jouw lens, kijk dan eens of je een lichtsterke prime lens kunt aanschaffen. Mijn lenzen vergelijker helpt je in dat geval goed op weg.
  • Stabiliseer jezelf of je camera – Leun tegen een muur, gebruik een tafel of zet je ellebogen tegen je lichaam voor stabiliteit. Dit geeft je meestal de mogelijkheid om net een wat langere sluitertijd te gebruiken.
  • Gebruik burst mode (reeksopnamen) – Vaak is de tweede of derde opname in een reeks net iets scherper. Ik hou er zelf van om meerdere keren af te drukken, maar uiteraard kun je hiervoor ook prima de foto-burst stand op je camera gebruiken.
  • Scherpstellen op een contrastrijk punt – Zeker in het donker kan je autofocus de weg kwijt zijn. Handmatig scherpstellen of focus peaking (als je dat hebt) helpt ook.
Creatieve techniek panning
Panning is een creatieve fotografie techniek om beweging te laten zien in een foto

Wat als het onderwerp beweegt?

Het wordt een ander verhaal als niet jij beweegt, maar je onderwerp. Denk aan een rennend kind, of nog sneller, een formule 1 auto die voorbij zoeft. Wil je zo’n bewegend onderwerp toch scherp vastleggen? Dan zijn er twee opties.

  • Gebruik een veel snellere sluitertijd – Hoe sneller het onderwerp beweegt, hoe korter je sluitertijd moet zijn om het bevroren vast te leggen. Voor een rennend persoon heb je vaak al 1/500e seconde of sneller nodig. Voor een auto of iets met serieuze snelheid zit je al snel richting 1/1000e of nog korter. Let op: kortere sluitertijden betekenen minder licht, dus je moet misschien je ISO een stuk verhogen of je diafragma verder openzetten.
  • Panning (meebewegen met het onderwerp) – Soms wil je juist dat gevoel van beweging behouden, maar dan met het onderwerp scherp en de achtergrond onscherp. Dat doe je met een techniek die panning heet. Je kiest een iets langere sluitertijd (bijvoorbeeld 1/60e), en beweegt je camera mee met het onderwerp terwijl je de foto maakt. Deze techniek heb je niet zomaar onder de knie en kost wat oefening, maar het resultaat kan super dynamisch zijn – alsof de beweging echt voelbaar is in je beeld.

Ik ben Sjoerd, oprichter van FotografieBeginner.nl en sinds 2011 professioneel fotograaf van beroep. Mijn doel is iedereen met een passie voor fotografie te leren hoe je betere foto's kunt maken.

Plaats een reactie