Sterrenhemel fotograferen

Hoe fotografeer je sterrenhemels zonder ruis en beweging

Iedereen die ooit onder een kraakheldere sterrenhemel heeft gestaan, weet hoe onwezenlijk mooi het kan zijn. Je haalt je camera boven, drukt vol verwachting af… en wat krijg je? Een foto vol ruis, wazige sterren en misschien zelfs een vage vlek in plaats van de Melkweg. Herkenbaar? Dat is precies wat veel beginners (en ook gevorderden!) ervaren bij nachtfotografie. Het goede nieuws: met een paar slimme instellingen en wat voorbereiding kun je wél haarscherpe sterren vastleggen.

Gratis eBook
9 Fotografie Basistips

Hoe fotografeer je sterrenhemels zonder ruis en beweging

Iedereen die ooit onder een kraakheldere sterrenhemel heeft gestaan, weet hoe onwezenlijk mooi het kan zijn. Je haalt je camera boven, drukt vol verwachting af… en wat krijg je? Een foto vol ruis, wazige sterren en misschien zelfs een vage vlek in plaats van de Melkweg. Herkenbaar? Dat is precies wat veel beginners (en ook gevorderden!) ervaren bij nachtfotografie. Het goede nieuws: met een paar slimme instellingen en wat voorbereiding kun je wél haarscherpe sterren vastleggen.

TL;DR

Sterren fotograferen draait vooral om het vinden van de juiste balans. Je gebruikt een groot diafragma om zoveel mogelijk licht binnen te laten, een relatief hoge ISO zodat je foto niet te donker wordt, en een sluitertijd die kort genoeg is om de sterren als puntjes te houden. Een statief en handmatig scherpstellen zijn echt onmisbaar om beweging en onscherpte te voorkomen. Tot slot maakt nabewerking vaak het verschil tussen een fletse foto en een magisch beeld vol sterren.

De grootste uitdagingen: ruis en beweging

Bij het fotograferen van sterren kom je twee vijanden tegen. Allereerst ruis, wat ontstaat omdat je camera ’s nachts enorm zijn best moet doen om genoeg licht te vangen. Je zet de ISO omhoog, en voor je het weet, wordt de foto korrelig. En ten tweede beweging, wat ontstaat doordat de aarde constant draait. Dat lijkt misschien niet veel, maar zelfs in een paar seconden zie je dat sterren iets verschuiven en als strepen in het eindresultaat te zien zijn. Een te lange sluitertijd zorgt er dus voor dat de sterren kleine streepjes worden in plaats van heldere stipjes.

De juiste instellingen vinden

De basis voor een geslaagde sterrenfoto zit in drie dingen: diafragma, ISO en sluitertijd.

Het diafragma zet je zo ver mogelijk open. Hoe lager het getal (bijvoorbeeld f/2.8 of zelfs f/1.8), hoe meer licht er in je lens valt. Dit helpt je om kortere sluitertijden te gebruiken en toch voldoende helderheid in het eindresultaat te krijgen.

Voor de ISO kun je beter niet te laag gaan als je geen beweging in de sterren wilt vastleggen (je moet dan namelijk weer een lange sluitertijd gebruiken ter compensatie). Begin rond ISO 1600. Dat klinkt hoog, en ja, het veroorzaakt ruis, maar de moderne nabewerkingssoftware kan dat prima corrigeren. Liever een lichte foto met wat ruis dan een pikdonkere opname waarin je later niks meer terugvindt.

De sluitertijd is misschien wel de meest kritische factor. Hier komt de zogeheten 500-regel goed van pas: deel 500 door de brandpuntsafstand van je lens. Fotografeer je met 20 mm op een full-frame camera, dan is de rekensom 500 ÷ 20 = 25 seconden. Dat is ongeveer de maximale sluitertijd waarbij de sterren nog als stipjes zichtbaar blijven. Ga je langer belichten, dan zie je de draaiing van de aarde terug. Fotografeer je met een APS-C sensor, dan zal je jouw brandpuntsafstand eerst met ongeveer 1,5 moeten vermenigvuldigen.

Onmisbaar: statief en scherpstellen

Een stevig statief is echt onmisbaar bij het fotograferen van sterren. Zelfs al denk je dat je heel stil staat, trillen je handen toch altijd een beetje. Dat merk je misschien niet overdag met snellere sluitertijden, maar ’s nachts met sluitertijden van tientallen seconden wordt dat onmiddellijk zichtbaar. Ook is het slim om de zelfontspanner of een afstandsbediening te gebruiken. Zo raak je de camera niet aan op het moment dat de foto start en voorkom je ongewenste micro trillingen.

Scherpstellen is een ander struikelblok voor veel mensen die zich wagen aan astrofotografie. Autofocus werkt meestal niet goed in het donker, afhankelijk van welke camera je gebruikt. De oplossing is handmatig scherpstellen en de focusring op oneindig zetten. Toch is dat niet altijd perfect. Een handige truc: gebruik de live view-modus van je camera, zoom digitaal in op een heldere ster en stel handmatig bij tot die zo scherp mogelijk wordt weergegeven. Dat kan even oefenen zijn, maar als je het eenmaal doorhebt, verandert het je sterrenfoto’s compleet.

Nabewerking als geheime wapen

Zelfs als je alles goed instelt, zit er bijna altijd wat ruis in je foto. Dat komt door een hoge iso-waarde, maar ook hele lange sluitertijden zorgen soms voor wat ruis in een foto. Gelukkig hoeft dat geen ramp te zijn. In programma’s zoals Lightroom of DxO PureRAW kun je veel ruis weghalen zonder dat je details verliest. Daarnaast helpt het om contrast en witbalans bij te stellen. Vaak lijkt een foto in eerste instantie wat vlak of gelig, maar zodra je de witbalans koeler zet en het contrast omhoog trekt, zie je ineens de Melkweg of een heleboel subtiele sterren verschijnen die je eerst nauwelijks zag. Nabewerking is dus geen valsspelen, maar eigenlijk een essentieel onderdeel in de astrofotografie.

Extra tips voor een magische sterrenhemel

Een heldere sterrenhemel begint eigenlijk niet bij je camera, maar bij je locatie. Midden in de stad vol straatlantaarns kun je instellen wat je wilt, maar je gaat die sterren nooit goed vastleggen. Door het vele lichtafval van de stad wat weerkaats op wolken, zie je eigenlijk geen ster meer terug. Zoek dus een plek waar het écht donker is, ver weg van lichtvervuiling. Ook de maan is een sterke lichtbron die veel sterren wegdrukt, dus kies een nacht zonder volle maan als je de Melkweg wilt fotograferen.

Fotografeer altijd in RAW in plaats van JPEG. RAW-bestanden bevatten veel meer informatie, waardoor je later tijdens de nabewerking veel meer vrijheid hebt. En nog een tip die vaak vergeten wordt: neem een zaklamp mee. Niet alleen handig om je statief op te stellen in het donker, maar ook om de voorgrond subtiel bij te lichten. Een boom of rots in de compositie krijgt daardoor net dat extra beetje sfeer.

Ik ben Sjoerd, oprichter van FotografieBeginner.nl en sinds 2011 professioneel fotograaf van beroep. Mijn doel is iedereen met een passie voor fotografie te leren hoe je betere foto's kunt maken.

Plaats een reactie