Tegenlicht fotograferen

Tegenlicht in je foto’s? Zo krijg je perfecte belichting

Tegenlicht kan een foto magisch maken — of juist volledig verpesten. Het kan zorgen voor een warme gloed en bijzondere sfeer, maar ook voor onbedoeld donkere gezichten wanneer je model met de zon in de rug staat. Vooral bij fel of laagstaand zonlicht kan dit een uitdaging zijn. Gelukkig zijn er eenvoudige technieken waarmee je het tegenlicht in jouw voordeel gebruikt en de volledige controle over je beeld behoudt.

Gratis eBook
9 Fotografie Basistips

Tegenlicht in je foto’s? Zo krijg je perfecte belichting

Tegenlicht kan een foto magisch maken — of juist volledig verpesten. Het kan zorgen voor een warme gloed en bijzondere sfeer, maar ook voor onbedoeld donkere gezichten wanneer je model met de zon in de rug staat. Vooral bij fel of laagstaand zonlicht kan dit een uitdaging zijn. Gelukkig zijn er eenvoudige technieken waarmee je het tegenlicht in jouw voordeel gebruikt en de volledige controle over je beeld behoudt.

TL;DR

Tegenlicht kan snel leiden tot donkere gezichten of een flets, overbelicht landschap achter je onderwerp. Met belichtingscompensatie of spotmeting houd je de lichtbalans beter in de hand. Extra licht toevoegen kan ook, bijvoorbeeld met een invulflits of reflectiescherm. En soms is het zo simpel als een kleine verandering in positie of compositie om het licht meteen een stuk mooier te maken.

Wat gebeurt er precies bij tegenlicht?

Bij tegenlicht staat je onderwerp tussen jou en de lichtbron in – vaak de zon. Je camera kijkt dus letterlijk recht in het licht, en dat is iets waar camera’s niet zo goed mee om kunnen. De automatische belichting probeert het gemiddelde van het hele beeld correct te krijgen, maar dat pakt niet altijd gunstig uit.

Stel dat het gezicht van je model klein in beeld is en wordt omringd door fel licht. Dan denkt de camera dat de scène te licht is en past hij de belichting aan door alles donkerder te maken. Het resultaat: een onderbelicht gezicht.

Problemen met belichting bij tegenlicht oplossen

Tegenlicht hoeft geen probleem te zijn, als je maar weet waar je op moet letten. Er zijn een paar eenvoudige technieken die je kunnen helpen om je onderwerp mooi belicht in beeld te krijgen. Deze technieken draaien om het nemen van controle. Jij bepaald waar het licht gemeten wordt en hoe je het beeld eventueel compenseert of corrigeert.

1. Gebruik belichtingscompensatie

Fotografeer je in een semi-automatische stand zoals diafragmavoorkeuze (A/Av)? Dan kun je met belichtingscompensatie veel problemen met tegenlicht oplossen. De belichtingscompensatie knop herken je aan het +-symbool op je camera. Met deze knop vertel je de camera: “maak het beeld iets lichter” of juist “iets donkerder”.

  • Onderwerp te donker – Zie je bijvoorbeeld schaduw op het gezicht of is het beeld een ongewenst silhouette? Zet dan de compensatie wat hoger om het onderwerp op te lichten (+1 EV)
  • Onderwerp te licht – Is de achtergrond of je onderwerp heel erg overbelicht, verlaag dan de waarde een beetje (-1 EV).

Wat prettig is, meestal zie je tegenwoordig het effect van belichtingscompensatie direct in je scherm of zoeker. Dus je kunt de belichting snel aanpassen tot jij het goed vindt en dan pas afdrukken.

Silhouette fotograferen
Werk je met tegenlicht, dan kun je ook mooie silhouetten creëren

2. Zet spotmeting aan

Standaard meet je camera het licht over een groot deel van het beeld. Bij tegenlicht kan dat misleidend zijn, omdat je onderwerp daardoor te weinig licht krijgt. Met spotmeting laat je de camera zich richten op een klein, specifiek deel van de scène – bijvoorbeeld het gezicht van je model – om de belichting te bepalen.

Zo krijgt precies dát punt de juiste belichting, ongeacht hoe fel of donker de rest is. Dat is vooral handig als je onderwerp maar een klein deel van het beeld beslaat, zoals een gezicht dat alleen door een kaars wordt verlicht.

Let op: spotmeting is gevoelig. Je moet erg nauwkeurig richten en scherpstellen op het juiste punt. Even oefenen dus, maar het verschil in het eindresultaat is de oefening zeker waard.

3. Gebruik een invulflits of reflectiescherm

Als het gezicht van je model in de schaduw valt, kun je dat deel eenvoudig oplichten met extra licht. Zo voorkom je dat je de hele belichting aanpast en daarmee de achtergrond te fel of juist te donker maakt.

  • Invulflits – Dat kan bijvoorbeeld met een invulflits: een korte flits die net genoeg licht geeft om de schaduw te verzachten. Zet je flitser op een lage stand of gebruik de ingebouwde pop-upflits. Zo houdt je het resultaat natuurlijk en voelt het niet als een “geflitste” foto.
  • Reflectiescherm – Een andere optie is een reflectiescherm, dat het zonlicht terugkaatst op je onderwerp. Hiermee vul je schaduwen op zonder extra apparatuur. Nadeel, je hebt vaak wel een paar extra handen nodig of je gebruikt een statief om het reflectiescherm op te zetten.

Beide technieken brengen meer detail in het gezicht en verzachten het contrast tussen onderwerp en achtergrond, terwijl je de warme gloed van het tegenlicht behoudt.

4. Stap over op handmatige belichting

Wil je écht de volledige controle over je belichting met tegenlicht? Zet dan je camera in de M-stand (Manual). In plaats van dat de automatische stand telkens wordt beïnvloed door fel licht in de achtergrond, bepaal je zelf exact hoe de foto wordt belicht.

Dat betekent dat sluitertijd, diafragma en ISO volledig in jouw handen liggen en dus niet zomaar veranderen zodra je de camera iets draait of het licht verandert.

Een handige volgorde: begin met het diafragma, voor de gewenste scherptediepte. Kies daarna je sluitertijd, afhankelijk van hoeveel beweging je wilt bevriezen of doorlaten. Stel tenslotte de ISO in om het totaalplaatje perfect te maken.

Het kost wat meer tijd om de M-stand te doorgronden, maar je leert je camera wel écht begrijpen. Bovendien krijg je veel consistenter resultaat, zeker in lastige lichtsituaties zoals tegenlicht.

5. Verander je positie of compositie

Soms hoef je niet eens iets technisch aan te passen. Gewoon een paar stappen opzij doen kan al wonderen doen en jouw tegenlicht problemen oplossen.

  • Laat de zon iets schuin van achteren komen in plaats van recht van achter. Dit zorgt ervoor dat de lichtmeter van jouw camera minder snel in de war raakt.
  • Zet je model in de schaduw van een boom of tegen een muur met zacht, diffuus licht. Hierdoor haal je het tegenlicht volledig weg en zal de camera makkelijker de belichting kunnen bepalen.
  • Draai je onderwerp een beetje, zodat het gezicht meer licht vangt. Hierdoor verdwijnen diepe schaduwen, krijgt je onderwerp een natuurlijke glans en blijft de achtergrond toch mooi verlicht.

Ik ben Sjoerd, oprichter van FotografieBeginner.nl en sinds 2011 professioneel fotograaf van beroep. Mijn doel is iedereen met een passie voor fotografie te leren hoe je betere foto's kunt maken.

Plaats een reactie