TL;DR
Heb je vaak foto’s die er net niet goed uitzien qua belichting? Met de belichtingscompensatie knop kun je de belichting makkelijk bijsturen. Door het plusje (+) te gebruiken maak je je foto lichter en met het minnetje (-) maak je ‘m donkerder. Superhandig in situaties met veel contrast of lastig licht, zoals bij sneeuw, schaduw of tegenlicht.
Wat is belichtingscompensatie?
Belichtingscompensatie is simpel gezegd een manier om je camera te vertellen dat hij de foto lichter of donkerder moet maken dan zijn automatische meting aangeeft. Je herkent het symbool meestal aan een plus/min-teken (+/-) op je camera.
Het instellen van deze compensatie gebeurt in stappen genaamd “stops”. Eén stop betekent dat je de hoeveelheid licht verdubbelt of halveert. Zet je de compensatie op +1, dan wordt de foto één stop lichter; bij -1 juist één stop donkerder. Veel camera’s laten je dit instellen in stappen van een derde stop, dus je kunt heel precies bijsturen.
Waarom is compensatie soms nodig vraag je je af? En vooral als de camera het licht toch al meet? Dit komt doordat je camera altijd een gemiddelde probeert te maken van alles wat hij “ziet”.
Dat gaat bijna altijd goed, omdat de meeste scenes ook een gemiddelde aan witte en donkere delen bevat. Een witte sneeuwvlakte wordt hierdoor echter grijzig, en een voornamelijk donker beeld wordt te licht. De camera weet namelijk niet wat jij belangrijk vindt in het beeld, maar jij als fotograaf wel.
Wanneer gebruik je belichtingscompensatie?
Er zijn situaties waarin je camera de belichting vaak net niet goed inschat, waardoor je foto te licht of te donker uitvalt. In zulke gevallen is belichtingscompensatie een handige manier om snel bij te sturen. Denk bijvoorbeeld aan de volgende situaties:
- Te donkere foto – Een onderwerp staat voor een felle achtergrond, zoals een raam of de zon. De camera ziet veel licht en probeert dat te compenseren, waardoor je onderwerp (bijvoorbeeld een persoon) ineens in de schaduw verdwijnt en veel te donker wordt.
- Te donkere foto – Je maakt een foto in de sneeuw of op het strand. Al dat witte, reflecterende licht zorgt ervoor dat je camera denkt dat het beeld te fel is en dus de boel afzwakt. Gevolg: grijze sneeuw en een doffe uitstraling.
- Te lichte foto – Je fotografeert iets donkers, zoals een zwart T-shirt of een kat in de schaduw. Omdat je camera denkt dat het beeld te donker is, maakt hij het lichter dan nodig — met een fletse, onnatuurlijke foto als resultaat.
In al deze gevallen kun je de belichting handmatig bijsturen:
- Te donkere foto? Gebruik +1 of +2 belichtingscompensatie om het beeld lichter te maken
- Te lichte foto? Zet de belichting op -1 of -2 om te corrigeren

Hoe stel je het in?
Bij de meeste camera’s (en ook op smartphones met een handmatige modus) kun je de belichtingscompensatie instellen via een draaischijf, knop of touchscreen. Hiervoor moet je wel eerst naar de A (Aperture Priority) of S (Shutter Priority) stand schakelen Alleen in deze semi-automatische standen heeft de belichtingscompensatie namelijk invloed.
Fotografeer je in M (Manual mode), dan beïnvloed je de belichting door zelf de sluitertijd, ISO-waarde of het diafragma aan te passen.
Een goede manier om te oefenen met de belichtingscompensatie is om dezelfde scène met -2, 0 en +2 te fotograferen. Vergelijk de resultaten van deze drie foto’s, en je zult zien wat het doet met je beelden. Maar bovenal, in welke situaties je het kunt toepassen om bepaalde veranderingen teweeg te brengen in de belichting van je foto’s.
Tip: Als je RAW fotografeert, kun je de belichting achteraf makkelijker corrigeren in Lightroom of een ander fotobewerkingsprogramma. Maar het is natuurlijk altijd slimmer om het meteen goed te doen in de camera.

